schelen
meaningverschillen
verschillen [v]
er toe doen
uitmaken, verschil maken
ontbreken
ontbreken [v]
haperen
mankeren, schorten
meaning: afwijken | Art: Verb
verschillen, uiteenlopen, ontlopen, wisselen, variëren
meaning: betekenen | Art: Verb
neerkomen, willen zeggen, wijzen op, inhouden, ertoe doen, uitlopen op, voorstellen, beduiden, waarde hebben, aanduiden, impliceren, verbeelden, symboliseren
meaning: er toe doen | Art: Verb
verschil maken, uitmaken
meaning: haperen | Art: Verb
stoten, schorten, haken, sputteren, schokken, hokken, horten, mankeren, blijven steken, stokken
meaning: mankeren | Art: Verb
missen, haperen, ontbreken
meaning: ontlopen | Art: Verb
afwijken, mijden, ontwijken
Dutch synonyms for schelen
.: similar synonyms for schelen:
.: Translations and verb forms:
- scheidslijn
- scheidsrechter
- scheidswand
- schel
- schelden
schelen
- schelm
- schelms
- schema
- schematisch
- schemer
- schemerdonker
- schemeren
- schemering
- schenden
- schending
- schenken
- schenking
- schennis
- schep
- schepeling
- scheppen
- scheppend
- schepper
- schepping
- schepsel
- scheren
- scherf
- scherm
- schermutselen
- schermutseling

